Kultuurkamer

De Nederlandsche Kultuurkamer was een door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog ingesteld instituut, waar alle kunstenaars, schrijvers, journalisten, muzikanten, acteurs en podiumartiesten bij aangesloten moesten zijn om hun vak te mogen blijven beoefenen.

De Kultuurkamer werd 25 november 1941 officieel geopend en besloeg 6 sectoren;

  1. Filmgilde
  2. Gilde voor Bouwkunst, Beeldende Kunsten en Kunstambacht
  3. Gilde voor Theater en Dans
  4. Letterengilde
  5. Muziekgilde
  6. Persgilde

 

Joden moesten uit het culturele leven worden verbannen. Omdat kunst ten dienste stond van het volk, moest het ook voortkomen uit het volk. De Nederlander begreep alleen het werk van kunstenaars die van hetzelfde Germaanse bloed waren als hijzelf. Daar kon zijn ziel zich aan laven. Het werk van kunstenaars van andere rassen daarentegen wekte van nature afschuw op.

De eerste maatregel die Goedewaagen ( verantwoordelijke minister ) nam, was het verwijderen van Joodse musici uit de orkesten. Al snel werden alle culturele beroepen verboden verklaard voor Joden. Zij mochten alleen nog voor een exclusief Joods publiek actief zijn.

Voor ‘Arische’ kunstenaars

waren aan het lidmaatschap tal van voordelen verbonden. Niet alleen kwamen zij in aanmerking voor opdrachten en subsidies, maar in geval van ziekte of ouderdom zou de Kultuurkamer financiële steun verlenen. De organisatie kreeg ook de kunstopleidingen onder haar hoede. Voor de verschillende disciplines kwamen er aparte afdelingen of ‘gilden’, waar vakgenoten zelf de kwaliteit van het werk en de eer van hun vak zouden bewaken.

Op 25 november 1941 zag de Kultuurkamer

het licht op papier en twee maanden later begonnen de werkzaamheden. Kunstenaars kregen een aanmeldingsformulier en een ariërverklaring toegestuurd, die zij moesten invullen en retourneren. Hoewel er vooraf weerstand was geweest, kozen verreweg de meeste kunstenaars eieren voor hun geld.
De keuze tussen werkloosheid en een goed belegde boterham was snel gemaakt. Binnen enkele maanden hadden zich 26.000 kunstenaars aangemeld, en dat aantal zou oplopen tot 42.000 in augustus 1944. Sommige kunstenaarsverenigingen schreven zich collectief in. Dat hun Joodse collega’s werden opgeofferd, namen zij op de koop toe.

Voorbeeld Ariërverklaring:
Voorbeeld Bewijs Lidmaadschap:

Weigeren of meewerken?

Slechts een kleine minderheid weigerde. Dit waren vaak prominente kunstenaars, die het zich meer dan anderen konden veroorloven principieel te zijn. De groep weigeraars was relatief groot onder de beeldhouwers, die een eigen vakvereniging hadden. De leiders, Leo Braat en Gerrit Jan van der Veen, riepen alle leden op te weigeren. Zelf werden ze actief in het verzet.

Het verhaal

Vanaf mei 1942 moet iedereen van 15 jaar of ouder een persoonsbewijs bij zich hebben. Het persoonsbewijs helpt de Duitse bezetter bij het controleren van de bevolking. Voor kunstenaars die zich niet inschreven bij de Kultuurkamer was er hulp van het Steunfonds. Met de verplichting van de persoonsbewijzen, die werden gemaakt op basis van de gegevens in het bevolkingsregister ontstond ook de wens om hiermee te kunnen sjoemelen. 4 van de 6 beramers (Sandberg, Van der Veen, Belinfante en Arondeus) vervalsten persoonsbewijzen.

Alle zes verzetten zich dus tegen het lid-worden en tegen de discriminatie van joodse kunstenaars. Maar al snel gaan ze meer verzet plegen want de Duitse onderdrukking wordt steeds erger.

In juli 1942 beginnen de nazi’s met het wegvoeren van Joden naar kampen en vanaf mei 1943 moeten Nederlandse mannen tussen de 18 en de 35 jaar in Duitsland werken.

De kunstenaars merken dat alleen het vervalsen van persoonsbewijzen niet toereikend is om Joden en andere vervolgden te helpen, doordat in het bevolkingsregister kan worden gecontroleerd of een persoonsbewijs vals is. Wil je dit voorkomen dan moet het bevolkingsregister worden vernietigd.

Sandberg viert zijn verjaardag en alle zes de kunstenaars zijn aanwezig. Ze bespreken de situatie rondom de valse persoonsbewijzen als  Belinfante opeens uitroept: “Niet zouden…We moeten die duplicaten vernietigen! Als er geen duplicaten meer zijn, zijn de nummers niet meer te controleren”

De zes wilden een aanslag plegen op het bevolkingsregister, waar honderdduizenden persoonskaarten opgeborgen lagen in stalen ladenkasten. Ze hadden bedacht om het gebouw verkleed als een groep politieagenten te betreden, twee jonge artsen zouden de aanwezige beveiliging verdoven en in veiligheid brengen.  Daarna zou met explosieven en brandstof de boel opgeblazen worden en in de fik gezet.

Zware brandstof moet worden meegesjouwd, bewakers moeten worden overmeesterd en de zware metalen kasten (600 stuks) met persoonskaarten moeten leeggeschud. Negen sterke mannen worden geselecteerd voor de uitvoering, waaronder twee van de bedenkers, Arondéus en Van der Veen. Frieda Belinfante wil wel mee doen, maar wordt er als vrouw niet geschikt voor geacht. Ook Sandberg, Brouwer en Limperg gaan niet mee. Misschien (waarschijnlijk?) omdat zij niet sterk genoeg zijn. Sandberg zegt zelf dat de anderen vinden dat hij te bekend is. Arondéus krijgt de leiding. Na twee mislukte pogingen wordt de aanslag met succes uitgevoerd op 27 maart 1943. De brandweer helpt mee door eerst te talmen en dan overvloedig water te gebruiken.

De aanslag is gelukt, het Amsterdams bevolkingsregister ligt in puin. De aanslagplegers vieren de overwinning. In een wellicht roekeloze roes vieren de plegers twee overwinningsfeesten: eerst in Amsterdam in Restaurant Kempinski in de Leidsestraat, later in Castricum, in de keet van Sandberg bij de bunker in de duinen waar kunstwerken uit het Stedelijk Museum zijn onder gebracht. Het nieuws over de spectaculaire aanslag verspreidt zich over heel Nederland, geeft moed en versterkt de verzetshouding.

Doordat er zo veel mensen bij de aanslag betrokken zijn, is er gepraat en kunnen de meeste betrokkenen worden opgepakt. In de gevangenis worden ze keihard aangepakt. Er volgt een showproces om de verdorvenheid van de aanslagplegers aan te tonen, maar door de dappere houding van de arrestanten dwingen zij juist respect en bewondering af bij het publiek en zelfs bij veel van de Duitsers.

Op 1 juli 1943 werden twaalf van de betrokkenen in de duinen bij Overveen doodgeschoten, waarvan drie van de beramers. Op 6 juni werd Gerrit van de Veen in de Duinen gefusilleerd.

Willem Arondeus ( 48 jaar ): Willem Arondeus was een kunstenaar die openlijk voor zijn seksualiteit uitkwam. Hij schilderde, deed grafisch en illustratief werk en deed aan tapijtweven. Arondeus begon in 1941 met de uitgave van de Brandarisbrieven. Dit waren illegale pamfletten waarin hij kunstenaars opriep in opstand te komen. Hij behoorde eveneens tot de kern van PBC. Deze verzetsbeweging hield zich bezig met het produceren en verstrekken van persoonsbewijzen. Arondeus was een van de belangrijkste organisatoren van de aanslag op het bevolkingsregister, en de leider tijdens de daadwerkelijke aanslag. Willem Arondeus was 48 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Johan Brouwer ( 45 jaar ): Johan Brouwer was een schrijver en universitair docent Spaans. Hij wordt wel de geestelijk vader van het studentenverzet genoemd. Hij was betrokken bij de vorming van de Raad van Negen, een raad waar alle universiteitssteden in vertegenwoordigd waren. Verder speelde hij informatie door naar Londen en werkte hij mee aan het illegale blad De Vrije Kunstenaar. Ook Brouwer was een initiatiefnemer van de aanslag op het bevolkingsregister. Hij was echter niet aanwezig bij de daadwerkelijke aanslag. Johan Brouwer was 45 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Koen Limperg ( 34 jaar ): Koen Limperg was een architect. Hij was betrokken bij een actie onder architecten om niet aan te melden bij de Kultuurkamer. Hij zamelde geld in voor ondergedoken kunstenaars, verleende hulp aan ondergedoken joden door het vervalsen van persoonsbewijzen en werkte mee aan het illegale blad De Vrije Kunstenaar. Limperg was eveneens initiatiefnemer van de aanslag en bracht het Bevolkingsregister in kaart door steeds naar binnen te gaan met een andere vraag. Tijdens de daadwerkelijke aanslag was Limperg er niet bij. Koen Limperg was 34 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Rudi Bloemgarten ( 23 jaar ): Rudi Bloemgarten was van Joodse komaf en studeerde medicijnen aan de UvA, waar hij in opstand kwam tegen het ontslag van Joodse docenten. Hij was betrokken bij het illegale blad Rattenkruid, sloot zich aan bij verzetsgroep Groep 2000 en vervalste bonkaarten en persoonsbewijzen voor joodse en andere onderduikers. Bloemgarten nam deel aan de aanslag op het Bevolkingsregister. Rudi Bloemgarten was 23 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Karl Groger ( 25 jaar ): Karl Groger kwam oorspronkelijk uit Oostenrijk, maar verhuisde naar Amsterdam omdat hij het niet eens was met de aansluiting van Oostenrijk met Duitsland. Hij studeerde hier medicijnen samen met Rudi Bloemgarten. Ook hij werkte mee aan het illegale blad Rattenkruid en hielp ondergedoken joden. Hij nam deel aan veel gewapende acties in Amsterdam, waaronder de aanslag op het Bevolkingsregister. Karl Groger was 25 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Coos Hartogh ( 26 jaar ): Coos Hartogh studeerde eveneens medicijnen samen met Bloemgarten en Groger. Hij was net als 2 vrienden betrokken bij Rattenkruid en hielp ondergedoken joden. Hij werd samen met zijn vrienden gevraagd voor de aanslag op het Bevolkingsregister en besloot eveneens mee te doen. Coos Hartogh was 26 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Guus Reitsma ( 20 jaar ): Guus Reitsma was werkzaam bij een verzekeringsbedrijf en volgde in de avond rechten. Reitsma was betrokken bij het verspreidde van illegale bladen zoals Het Parool en De Geus. Eind 1941 probeerde Reitsma te vluchten naar Engeland maar werd opgepakt in Lyon. Hij wist te ontsnappen en ging terug naar Amsterdam. Daar raakte hij in contact met het verzet en deed mee aan de aanslag op het Bevolkingsregister. Guus Reitsma was 20 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Sam Musschenbroek ( 26 jaar ): Sam Musschenbroek studeerde rechten tot hij werd opgeroepen tijdens de Duitse inval. Hij probeerde zich hierna te voegen bij de geallieerden maar dit mislukte. Na een tijdje vast te hebben gezeten in Frankrijk ging hij als jurist aan het werk in Amsterdam. Daar verleende hij hulp aan Joodse onderduikers, waarna hij gerekruteerd werd om mee te doen met de aanslag op het Bevolkingsregister. Sam Musschenbroek was 26 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister. Hij kreeg een pardon aangeboden vanwege Duitse familiebanden maar weigerde deze.

Henri Halberstadt ( 32 jaar ): Henri Halberstadt was dichter en schreef hoorspelen. Hij werkte verder als tandheelkundige in Amsterdam.Hij was half-Joods. Halberstadt verspreide illegale geschriften samen met Karl Groger. Verder bood hij onderdak aan ondergedoken joden en was hij de oprichter van Rattenkruid. Hij nam eveneens deel uit van de groep die de aanslag pleegde op het Bevolkingsregister. Henri Halberstadt was 32 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Sjoerd Bakker ( 28 jaar ): Sjoerd Bakker was een zelfstandig kleermaker/ontwerper. Net als zijn goede vriend Willem Arondeus was hij homoseksueel. Hij verzorgde bonkaarten en persoonsbewijzen voor mensen die ondergedoken zaten en hielp joden hun inboedels illegaal onderbrengen. Later kwam hij ook in contact met het PBC. Bakker was betrokken bij de aanslag op het Bevolkingsregister omdat hij de politie kostuums had gemaakt die de verzetsleden droegen tijdens de aanval. Sjoerd Bakker was 28 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Cornelis Barentsen ( 50 jaar ): Cornelis Barentsen had vanaf 1942 de leiding over verzetsgroep in Voorburg en Den Haag. Met deze groep voorzag Barentsen een groot aantal Joodse en andere onderduikers van adressen, bonkaarten, persoonsbewijzen en geld. Hij verspreidde het illegale blad Rattenkruid in zijn gemeenten. Hij steunde de aanslag op het Bevolkingsregister financieel en werd hiervoor opgepakt. Cornelis Barentsen was 50 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

 

Cornelis Roos ( 30 jaar ): Cornelis Roos was een politieagent in Amsterdam. Hij werd ingezet bij razzia’s en zag hier vaak kans joden te laten ontsnappen. De moeder van Bloemgarten zat bij de moeder van Roos ondergedoken en dus kwamen deze 2 elkaar tegen. Roos speelde veel informatie door naar het verzet en gaf zijn eigen politieuniform als voorbeeld voor alle andere pakken die gemaakt moesten worden. Direct na de aanslag gaf hij alle binnengekomen informatie omtrent de aanslag door aan Bloemgarten. Toen de Duitsers zijn doorgespeelde informatie tegenkwam bij een huiszoeking werd Roos opgepakt. Cornelis Roos was 30 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 11 andere verzetsstrijders die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister.

Gerrit van der Veen ( 41 jaar ): Gerrit van der Veen was een kunstenaar uit Amsterdam. Toen de Kultuurkamer werd opgericht weigerde hij zich in te schrijven. Hij zamelde geld in voor andere kunstenaars die weigerden toe te treden in de Kultuurkamer. Hij werd ook redactielid van het illegale blad De Vrije Kunstenaar. Van der Veen was een van de oprichters van de PBC en kreeg een leidinggevende rol in de Raad van Verzet, een landelijk overkoepelende verzetsorganisatie. Gerrit van der Veen nam eveneens deel in de aanslag op het Bevolkingsregister maar wist op vrije voeten te blijven. Enige tijd daarna raakte van der Veen gewond bij een andere operatie en werd vervolgens opgepakt. Gerrit van der Veen was 41 toen hij in de duinen bij Overveen werd gefusilleerd samen met 6 andere verzetsstrijders.

Frieda Belinfante ( 1995, 90 jaar ): Belinfante was een zeer gewaardeerd dirigente en cellist. Iets wat speciaal is aangezien er maar weinig vrouwelijke  dirigenten zijn rond deze tijd. Belinfante weigerde zich in te schrijven bij de Kultuurkamer en begon vervolgens met het vervalsen van persoonsbewijzen. Zij is degene die het idee van een aanslag op het bevolkingsregister in het leven roept en behoort dan ook bij de initiatiefnemers. Belinfante wil zelf graag meedoen met de aanslag maar wordt niet sterk genoeg geacht voor de taken die uitgevoerd moeten worden. Belinfante gaan na de aanslag fanatiek door met verzet. Ze blijft persoonsbewijzen vervalsen, geld brengen naar onderdoken kunstenaars en voedselbonnen brengen naar onderduikers. De Duitsers zijn haar op het spoor en dus vermomd Belinfante zich als man, Dhr. Hans Kroon. Uiteindelijk vlucht ze via een barre tocht door sneeuw en water naar Zwitserland.Toen Belinfante na de oorlog terugkeerde in Nederland, voelde dit als een koude douche voor haar. Er werd niet over de oorlog gepraat en het voelde alsof haar vrienden voor niks gestorven waren. Zij verhuisde naar Amerika en werd daar de eerste vrouwelijke dirigente van een professioneel orkest. Belinfante stierf in 1995, 90 jaar oud.

Willem Sandberg ( 1984, 86 jaar ): Sandberg is grafisch vormgever en conservator bij het stedelijk museum Amsterdam. Sandberg weigert zich aan te sluiten bij de kultuurkamer en gaat persoonsbewijzen vervalsen. Sandberg is eveneens een van de initiatiefnemers van de aanslag op het bevolkingsregister, hij is er echter niet aanwezig bij de daadwerkelijke aanslag. Als de duitsers hem willen oppakken, is Sandberg toevallig niet thuis. Hij duikt onder, maar blijft wel nog betrokken bij het vervalsen van persoonsbewijzen. Op de dag van de bevrijding meldt Sandberg zich weer bij het Stedelijk. Hij wordt daar later directeur. Hij stierf in 1984 en werd 86 jaar oud.

Vertaling naar Ereveld Vol Leven op de Eerebegraafplaats te Bloemendaal:

Wij gaan 13 huidige Cultuurdragers vragen om een alter ego te zijn voor deze 13 weigeraars van de Kultuurkamer. Deze huidige Cultuurdragers worden geselecteerd door de Jongeren Advies Raad ingesteld door Media Luna. Media Luna is van Nathalie Toisuta en zij is een van de initiatiefnemers en producenten van Ereveld Vol Leven. Deze adviesraad bestaat uit 20 jongeren met verschillende opleidingen en verschillende afkomsten. Om een beeld te geven bevinden zich 3 autochtone Nederlanders in de groep. De overige 17 hebben allen ergens in hun geschiedenis een migranten afkomst.