Familie Wijler

In 1940 woont Jacob Wijler (56) met zijn vrouw Elisabeth (53) en hun twee dochters Rose (18) en Martha (21) in een fijn huis in Apeldoorn. Hij is al jaren docent Frans aan de Koninklijke HBS als zijn dienstverband plotseling beëindigd wordt. De Jodenvervolging is begonnen en voor de Joodse Jacob is geen plek meer nu de Tweede Wereldoorlog een feit is. In de zomer van 1942 neemt de familie een drastisch besluit. Om aan arrestatie en deportatie te ontkomen geven ze hun huis, hun vermogen, hun bezittingen en tevens hun vrijheid op. Ze verlaten hun huis om onder te duiken. De zusjes Martha en Rose vinden onderdak in Apeldoorn, Jacob en Elisabeth kunnen terecht bij de familie van Dijk in Epe.

Bronvermelding: Wolter Noordman – Heerde

Hun verhaal

Het eens zo hechte gezin communiceert vanaf dat moment middels geschreven brieven. Het is een doeltreffende manier om contact te houden, dingen te delen, te vertellen hoe het met hen gaat. Maar dan, in januari 1943, stopt de briefwisseling abrupt. Jacob en Elisabeth maken zich grote zorgen en na enkele weken stilte krijgen ze de afschuwelijke bevestiging: hun dochters zijn verraden en weggevoerd naar Kamp Westerbork. Niet veel later worden ze op transport naar Auschwitz gezet. De zusjes blijken op 21 januari 1943, nog maar 20 en 23 jaar oud, te zijn vergast.

Het verdriet is voor het echtpaar ondraaglijk. Het leven heeft voor hen, zonder hun dierbare dochters, alle zin verloren. Op 3 maart nemen ze een hartverscheurend besluit. Ze doen hun trouwringen af en laten deze met een afscheidsbriefje, waarin ze aankondigen het kanaal in te zullen lopen, achter op hun onderduikadres. Op een stil en zorgvuldig gepland moment, lopen ze vervolgens gezamenlijk het Apeldoorns kanaal in en verdrinken.

Een paar weken later wordt het lichaam van Jacob gevonden. Twee dagen later vinden ze enkele kilometers verder dat van Elisabeth.

Directe identificatie is onmogelijk omdat ze niets bij zich hebben. Jacob heeft alle merktekens uit zijn kleding verwijderd, en ook Elisabeth draagt niets wat haar kan identificeren. Zo kan niet herleid worden waar ze vandaan komen en beschermen ze ook na hun dood de warme familie die hen onderdak heeft gegeven. Hoewel de helpers ter plekke weten om wie het gaan, kunnen ze niet anders dan zwijgen om het onderduikadres niet te verraden.

Daarom worden in eerste instantie Jacob en Elisabeth anoniem en gescheiden van elkaar begraven. Maar na de bevrijding krijgen de autoriteiten alle informatie van de familie van Dijk. Het resultaat is dat het dossier ‘begraven van een onbekende manspersoon’ een naam krijgt: Jacob Samuel Wijler, geboren te Lochem op 1 maart 1884. Hij wordt herenigd met zijn geliefde vrouw Elisabeth Roza Wijler-Kolthoff.

Vanaf dat moment wordt hun identiteit weer zichtbaar, hun namen worden op de graven geplaatst. In 2002 worden zij naast elkaar op het Ereveld Loenen herbegraven.

Op 1 mei zullen zij gepresenteerd worden door leeftijdsgenoten, worden zij geëerd voor alles wat ze hebben moeten doorstaan.

Op Ereveld Vol Leven krijgen Jacob en Elisabeth, maar ook hun dochters Martha en Rose, weer een gezicht. Voor één dag is de familie weer compleet.